De vergrijzing van de bevolking is voor de Belgische
overheid één van de belangrijkste uitdagingen van de komende decennia. Om
deze uitdaging aan te gaan werd een strategie ontwikkeld die drie
fundamentele beleidslijnen omvat. De eerste beleidslijn is budgettair,
namelijk het afbouwen van de overheidsschuld. Een tweede beleidslijn is
economisch, en omvat de verhoging van de werkgelegenheidsgraad en de
stimulering van de economische activiteit. De derde beleidslijn betreft het
voortbouwen aan een sterke en solidaire sociale zekerheid.
De overheidsstrategie met betrekking tot het
begrotingsbeleid is erop gericht om de houdbaarheid(1)
van de openbare financiën te waarborgen. Daarom is een van de voornaamste
doelstellingen het afbouwen van de schuldgraad zodat de toekomstige
rentelasten kunnen dalen. De aldus gecreëerde ruimte kan dan onder meer
worden gebruikt om de toenemende uitgaven voor sociale bescherming op te
vangen. Voornamelijk door de impact van de wereldwijde financiële crisis en
de onzekere economische situatie, heeft de regering ervoor geopteerd
prioriteit te geven aan het ondersteunen van de economische groei en het
behouden van het vertrouwen van consumenten en ondernemers.
Onder meer met het oog op de langetermijnhoudbaarheid van
de openbare financiën werd in dit stabiliteitsprogramma een traject
uitgewerkt waarbij een beperkt overschot wordt gerealiseerd tegen 2015. Op
deze basis werd vervolgens een illustratief scenario gebouwd dat toelaat om
in de periode 2015-2060 de bijkomende kost van de vergrijzing grotendeels op
te vangen door de afbouw van het primair saldo zonder dat de schuldgraad te
sterk gaat stijgen. De onderstaande grafiek bevat de belangrijkste
kerngegevens van dit scenario waarbij na 2015 een beperkt overschot wordt
opgebouwd, dat vervolgens vanaf 2025 stapsgewijs wordt afgebouwd. Op lange
termijn worden beperkte tekorten gegenereerd zonder dat dit echter
aanleiding geeft tot een onhoudbare schulddynamiek.
Grafiek 7
Schuldgraad, vorderingensaldo en
primair saldo op lange termijn (in % van het bbp)

(1) De Afdeling
Financieringsbehoefte heeft het begrip houdbaarheid als volgt gedefinieerd:
“Houdbaarheid moet dan gezien worden als een situatie waarbij de overheid
bij een nagenoeg constant ontvangstenniveau de demografische druk op een
deel van haar uitgaven kan opvangen zonder dat het aandeel van de andere
primaire uitgaven in het bbp in de verdrukking komt en zonder dat het
realiseren van een aantal normen op het niveau van de overheidsfinanciën in
gevaar komt.”