NL  |   | 
Contact | Help | Sitemap       Zoeken:   Search .be

Belgisch Stabiliteitsprogramma

2011 - 2014

 

U bent hier : Belgisch Stabiliteitsprogramma breadcrumb image Houdbaarheid van de overheidsfinanciën breadcrumb image De budgettaire gevolgen van de vergrijzing

De budgettaire gevolgen van de vergrijzing

topic Ramingen Studiecommissie voor de vergrijzing

Het meest recente rapport van de Studiecommissie dateert van juni 2010(1). Hierin wordt de totale budgettaire kost van de vergrijzing berekend, een concept dat wordt bepaald als de variatie van alle sociale uitgaven over een gegeven periode. In het referentiescenario van de Studiecommissie (met een jaarlijkse productiviteitsgroei van 1,5% en een structurele werkloosheidsgraad van 8% op lange termijn) zouden de totale sociale uitgaven tussen 2009 en 2060 met 6,3% van het bbp toenemen. Van deze toename kan 4,7 procentpunt worden toegeschreven aan de stijging van de uitgaven voor pensioenen (van 9,7% tot 14,4% van het bbp), en 3,6 procentpunt aan de stijging van de kosten voor gezondheidszorgen. De uitgaven voor werkloosheid zouden onder de aangenomen hypothesen afnemen met 1,1% van het bbp (van 2,3% tot 1,2% van het bbp). Ook de kosten voor kinderbijslag worden verondersteld af te nemen, namelijk met 0,4 procentpunt van het bbp tussen 2009 en 2060 (een daling van 1,7% tot 1,3% van het bbp).

De totale sociale uitgaven zouden in 2060 31,8% van het bbp bedragen, ten opzichte van 25,5% in 2009. Dit is 0,1 procentpunt hoger dan de raming uit het vorige verslag voor dezelfde periode. Er dient wel te worden opgemerkt dat de budgettaire kosten van de vergrijzing in het vorige verslag 8,2% van het bbp bedroegen over de periode 2008-2060. Hierin zat een zeer sterke stijging van de sociale uitgaven ten opzichte van het bbp in 2009. Dit was onder meer een gevolg van de financiële en economische crisis waardoor het bbp in 2009 substantieel lager lag dan in 2008.

Op middellange termijn, van 2009 tot 2015, zouden de budgettaire kosten van de vergrijzing met 1,1% van het bbp toenemen. 0,6 procentpunt hiervan is toe te schrijven aan de pensioenen, en 0,8 procentpunt aan de kosten voor gezondheidszorg. De werkloosheidskosten zouden afnemen van 2,3% van het bbp tot 2,1% van het bbp.

TABEL 26
Budgettaire gevolgen van de vergrijzing
Componenten van de budgettaire kosten van de vergrijzing (in % bbp) 2009 2015 2030 2060 2009-2015 2015-2060 2009-2060
Pensioenen 9,7 10,3 13,2 14,4 0,6 4,1 4,7
  Werknemersregeling 5,4 5,8 7,5 8,2 0,4 2,5 2,9
  Zelfstandigenregeling 0,8 0,8 1,0 0,9 0,0 0,1 0,1
  Overheidssector 3,5 3,7 4,7 5,2 0,2 1,5 1,7
Gezondheidszorg 8,1 8,9 9,8 11,7 0,8 2,9 3,6
  Acute gezondheidszorg - 7,4 8,0 8,7 - 1,3 -
  Langdurige gezondheidszorg - 1,5 1,8 3,1 - 1,6 -
Arbeidsongeschiktheid 1,5 1,6 1,5 1,4 0,1 -0,2 -0,1
Werkloosheid 2,3 2,1 1,4 1,2 -0,2 -0,9 -1,1
Brugpensioen 0,4 0,4 0,3 0,3 0,0 -0,1 -0,1
Kinderbijslag 1,7 1,6 1,5 1,3 -0,1 -0,3 -0,4
Overige sociale uitgaven 1,8 1,7 1,6 1,5 -0,1 -0,2 -0,3
Totaal 25,5 26,6 29,2 31,8 1,1 5,2 6,3
p.m. Lonen van het onderwijzend personeel 4,3 4,1 4,1 4,0 -0,2 -0,1 -0,3

Grafiek 5

Verwachte evolutie van de sociale prestaties (als % van het bbp)

Bron: Studiecommissie voor de vergrijzing (2010)

Zoals aangegeven is het referentiescenario dat de Studiecommissie analyseert gebaseerd op een gemiddelde jaarlijkse productiviteitsgroei van 1,5%. Aangezien de onzekerheid als gevolg van de crisis groot blijft, heeft de Studiecommissie er net als vorig jaar voor geopteerd om 2 alternatieve scenario’s te berekenen, namelijk een met een hogere productiviteitsgroei (1,75% per jaar) en een met een lagere productiviteitsgroei (1,25% per jaar).

In het scenario met een lagere productiviteitsgroei (1,25% gemiddeld jaarlijks vanaf 2015) wegen de sociale uitgaven zwaarder op een kleiner economisch draagvlak, waardoor de budgettaire kosten van de vergrijzing tussen 2009 en 2060 1,2 procentpunt hoger zouden liggen dan in het referentiescenario, wat zou neerkomen op een totale budgettaire kost van de vergrijzing van 7,5% van het bbp. De hogere uitgaven in procent bbp worden vooral bij de werknemerspensioenen opgetekend, omdat deze berekend worden over de volledige loopbaan en dus slechts geleidelijk aan beïnvloed worden door de lagere productiviteitsgroei. Het omgekeerde is waar voor het scenario met een hogere productiviteitsgroei op de lange termijn, namelijk 1,75%, waarin de budgettaire kosten van de vergrijzing 1,1 procentpunt lager zouden uitkomen (wat overeenkomt met een budgettaire kost van 5,2% van het bbp), ook hier hoofdzakelijk onder invloed van de werknemerspensioenen.

In het referentiescenario stijgt de effectieve uittredingsleeftijd uit de arbeidsmarkt met twee jaar over de projectiehorizon, namelijk van 59,7 jaar in 2008 tot 61,7 jaar in 2060. De Studiecommissie stelt een gevoeligheidsanalyse voor die uitgaat van een meer uitgesproken stijging, namelijk een bijkomend jaar ten opzichte van het referentiescenario, of een toename met 3 jaar van de effectieve uittredingsleeftijd van de beroepsbevolking tussen 2008 en 2060. In dit scenario dalen de budgettaire kosten van de vergrijzing met 1,4 procentpunt ten opzichte van het referentiescenario, via een stijging van de werkgelegenheidsgraad (in het bijzonder bij de 55-64-jarigen) en een vermindering van de werkloosheidsgraad. Vooral de kosten van pensioenen zullen in dit alternatieve scenario lager liggen dan in het referentiescenario: in plaats van een groei van 4,7% van het bbp zouden de kosten voor pensioenen slechts een groei van 3,9% van het bbp laten optekenen.

Grafiek 6

Sensitiviteit van de scenario’s geanalyseerd door de Studiecommissie voor de vergrijzing

Bron: Studiecommissie voor de vergrijzing (2010)

topic Internationale vergelijking over de houdbaarheid van de openbare financiën

Een vergelijking met andere landen staat toe om de Belgische vergrijzingsproblematiek in het juiste perspectief te zetten. Volgens de analyse van de Europese Commissie zullen de vergrijzingsgerelateerde uitgaven in België toenemen met 6,6% tussen 2010 en 2060. Hiermee behoren we tot een tweede groep landen met Finland, Tsjechië, Litouwen, Slovakije, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland waarvoor de stijging van de vergrijzingskost meer gematigd is hoewel hij hoog blijft (tussen 4 en 7 percentpunt BBP).

       TABEL 27
                  Toename van de vergrijzingskosten in de EU-landen
Pensioenen Gezondheidszorg Langdurige gezondheidszorg Werkloosheid Totaal
  Evolutie   Evolutie Evolutie Evolutie Evolutie
In % bbp 2010 2010 - 2060 2010 2010 - 2060 2010 2010 - 2060 2010 2010 - 2060 2010 2010 - 2060
België 10,3 4,5 7,7 1,1 1,5 1,3 7,3 -0,3 26,8 6,6
Bulgarije 9,1 2,2 4,8 0,6 0,2 0,2 3,0 0,2 17,1 3,2
Tsjechië 7,1 4,0 6,4 2,0 0,2 0,4 3,3 0,0 17,0 6,3
Denemarken 9,4 -0,2 6,0 0,9 1,8 1,5 8,0 0,1 25,2 2,2
Duitsland 10,2 2,5 7,6 1,6 1,0 1,4 4,6 -0,4 23,3 5,1
Estland 6,4 -1,6 5,1 1,1 0,1 0,1 3,2 0,3 14,8 -0,1
Ierland 5,5 5,9 5,9 1,7 0,9 1,3 5,3 -0,2 17,5 8,7
Griekenland 11,6 12,5 5,1 1,3 1,5 2,1 3,8 0,1 21,9 16,0
Spanje 8,9 6,2 5,6 1,6 0,7 0,7 4,8 -0,2 20,0 8,3
Frankrijk 13,5 0,6 8,2 1,1 1,5 0,7 5,8 -0,2 29,0 2,2
Italië 14,0 -0,4 5,9 1,0 1,7 1,2 4,3 -0,2 26,0 1,6
Cyprus 6,9 10,8 2,8 0,6 0,0 0,0 5,8 -0,6 15,5 10,7
Letland 5,1 0,0 3,5 0,5 0,4 0,5 3,3 0,3 12,3 1,3
Litouwen 6,5 4,9 4,6 1,0 0,5 0,6 3,5 -0,4 15,1 6,0
Luxemburg 8,6 15,3 5,9 1,1 1,4 2,0 4,0 -0,3 19,9 18,2
Hongarije 10,5 0,6 5,8 1,3 0,3 0,4 4,5 -0,3 21,0 2,0
Malta 8,3 5,1 4,9 3,1 1,0 1,6 5,0 -0,7 19,2 9,2
Nederland 6,5 4,0 4,9 0,9 3,5 4,6 5,6 -0,2 20,5 9,4
Oostenrijk 12,7 1,0 6,6 1,4 1,3 1,2 5,2 -0,2 25,7 3,3
Polen 10,8 -2,1 4,1 0,8 0,4 0,7 3,8 -0,6 19,1 -1,1
Portugal 11,9 1,5 7,3 1,8 0,1 0,1 5,6 -0,4 24,9 2,9
Roemenië 8,4 7,4 3,6 1,3 0,0 0,0 2,7 -0,2 14,7 8,5
Slovenië 10,1 8,5 6,8 1,7 1,2 1,7 5,1 0,7 23,1 12,7
Slovakije 6,6 3,6 5,2 2,1 0,2 0,4 2,9 -0,6 14,9 5,5
Finland 10,7 2,6 5,6 0,8 1,9 2,5 6,4 0,0 24,7 5,9
Zweden 9,6 -0,2 7,3 0,7 3,5 2,2 6,6 0,0 27,1 2,7
Verenigd Koninkrijk 6,7 2,5 7,6 1,8 0,8 0,5 4,0 0,0 19,2 4,8
Europese Unie (EU27) 10,2 2,3 6,8 1,4 1,3 1,1 4,9 -0,2 23,2 4,6
Eurozone 11,2 2,7 6,8 1,3 1,4 1,3 5,0 -0,2 24,5 5,1
Bron: Diensten van de Europese Commissie en het Economic Policy Committee

(1) Hoge Raad van Financiën, Studiecommissie voor de vergrijzing, Jaarlijks verslag, juni 2010.

 

Laatste wijziging : 11-07-2011
 

©2006 Belgian Federal Government  | Disclaimer |  Privacy