NL  |   | 
Contact | Help | Sitemap       Zoeken:   Search .be

Belgisch Stabiliteitsprogramma

2011 - 2014

 

U bent hier : Belgisch Stabiliteitsprogramma breadcrumb image Duurzame gezondmaking van de overheidsfinanciën, kwaliteit van de overheidsfinanciën en macro-economische uitdagingen breadcrumb image De macro-economische uitdagingen


De macro-economische uitdagingen

De fundamentals van de Belgische economie zijn gezond.

· België tekende een gemiddelde groei van het bbp op van 1,6 % over de periode 2000- 2010 tegen 1,4 % voor de eurozone. De groeiverwachtingen voor 2011 lijken ook hoger te liggen dan het gemiddelde van de eurozone (2 % tegen 1,7 %).

· In 2010 bereikte de werkloosheidsgraad in België 8,4 %, wat lager is dan het gemiddelde van de eurozone (10 %). In 2011 zou de werkloosheid opnieuw moeten afnemen tot 8,3 %.

· Inzake buitenlandse prestaties kan België vrij goede resultaten voorleggen in de Europese context. In 2008 was het saldo van de lopende verrichtingen van België bijna in evenwicht door het gecombineerd effect van de krachtige binnenlandse vraag en de verliezen inzake ruilvoeten ingevolge de stijging van de grondstofprijzen. In 2009 is dat saldo opnieuw positief en volgens de vooruitzichten zal dat ook in 2011 zo blijven. Voor de netto buitenlandse tegoeden, tekent België een nettosaldo op van meer dan 50 % van het PIB, wat beduidend hoger is dan het Europees gemiddelde.

· Wat de schuld van de privésector betreft, valt geen enkel onevenwicht waar te nemen:

- de spaarquote van de gezinnen (in % van het beschikbaar inkomen) bedroeg 17,2% in 2010;

- in 2010 bedraagt de schuldgraad van de gezinnen in België om en bij de 54 % van het bbp en die van de ondernemingen bijna 43 % van het bbp(1).

Ondanks die gezonde fundamentals is de Belgische overheid zich bewust van bepaalde zwakheden van zijn economie, onder meer op het vlak van de arbeidsmarkt, de vergrijzingskosten (zie hoofdstuk 6 over de houdbaarheid van de overheidsfinanciën) en het concurrentievermogen.

In die context verbindt de Belgische regering er zich toe in de komende twaalf maanden een sluitend antwoord te bieden op de 4 prioriteiten die de Staatshoofden en de regeringsleiders hebben vooropgezet.

De maatregelen die de regering onlangs heeft genomen bieden trouwens al een gedeeltelijk antwoord op die prioriteiten.

topic Concurrentievermogen en arbeidsmarkt versterken

De regering heeft op 11 februari een principeakkoord bereikt over een pakket arbeidsmarktmaatregelen in het kader van de tweejaarlijkse onderhandelingen over de lonen in de privésector. Op 25 februari zijn de uitgewerkte teksten van dat akkoord in eerste lezing op de ministerraad verschenen. Op dit moment is het wetsontwerp ter goedkeuring in het parlement.

· De regering heeft een loonnorm opgelegd voor de hele private sector die de reële loongroei over de periode 2011-2012 beperkt tot 0,3%. De loonsverhoging wordt bovendien toegekend in 2012.

· België wordt gekenmerkt door een verschillende bescherming tussen arbeiders en bedienden. Er wordt een aanvang gemaakt met het wegwerken van verschillen in arbeidsrechterlijke regels tussen arbeiders en bedienden. Verschillende maatregelen zullen geleidelijk in werking treden, sommige reeds startend in 2011: arbeiders die ontslagen worden krijgen een ontslagpremie; ook bedienden zullen bij gebrek aan werk tijdelijk werkloos kunnen worden gesteld door hun werkgever. En vanaf 2012 worden de opzeggingstermijnen voor arbeiders langer, deze van hoogbetaalde bedienden korter. Voorts zal een beperkte belastingvrijstelling in werking treden voor de verloningen en/of uitkeringen die worden uitbetaald in het kader van een gepresteerd en/of niet-gepresteerd ontslag vanaf 1 januari 2012. Deze vrijstelling zal tot een bedrag van 600 euro gaan in 2012 en 2013 en tot 1200 euro in 2014(2).

· De werknemers die het minimumloon ontvangen genieten een netto verhoging van 120 EUR per jaar via een belastingkrediet ten belope van een vast percentage van de effectieve vermindering van de persoonlijke socialezekerheidsbijdragen. Om tax spikes te vermijden wordt de belastingsvermindering gradueel afgebouwd voor werknemers met een loon dat iets hoger ligt dan het minimumloon. De regeling geldt vanaf 1 april. Door deze maatregel is het mogelijk de werkloosheidsval te beperken en het zo gemakkelijker te maken voor werklozen om terug te keren naar de arbeidsmarkt.

· Er komt een evaluatie van het generatiepact voor oktober 2011. Op dit moment kunnen mannen na een loopbaan van 37 jaar en vrouwen na een loopbaan van 33 jaar op brugpensioen. Indien blijkt dat de werkgelegenheidsgraad voor 50-plussers niet 1,5 keer sneller gestegen is dan in de EU, bepaalt de wet dat de loopbaanvoorwaarde om op brugpensioen te kunnen verstrengd wordt tot 40 jaar. Indien de werkgelegenheidsgraad voor 50-plussers wel 1,5 keer sneller gestegen is dan in de EU, zou voor mannen vanaf 2012 de loopbaanvoorwaarde opgetrokken worden tot 38 jaar, en voor vrouwen vanaf 2012 de loopbaanvoorwaarde opgetrokken worden tot 35 jaar en vanaf 2014 tot 38 jaar.

· Het systeem van tijdelijke werkloosheid voor bedienden is permanent gemaakt. Daarnaast wordt er aan de sociale partners gevraagd om een responsabiliseringsmechanisme uit te werken voor bedrijven die het systeem van tijdelijke werkloosheid overmatig gebruiken.

In het kader van de begroting is een actieplan goedgekeurd dat de vrijwillige terugkeer van arbeidsongeschikten naar de arbeidsmarkt bevordert:

· De inhoudingen op de uitkering in geval van deeltijdse werkhervatting zullen worden aangepast zodat men een uitkering en een werkhervatting gemakkelijker zal kunnen combineren.

· De procedures voor de toegestane werkhervatting worden vereenvoudigd door het voorafgaand karakter van de toelating om het werk te hervatten, te schrappen en te vervangen door een toelating a posteriori.

· De financiële stimulans voor arbeidsongeschikten om een opleiding te volgen wordt verhoogd.

· De kwaliteit en de samenhang van de medische evaluatie van de arbeidsongeschiktheid wordt eveneens verbeterd.

Mededinging & Energiemarkt

· In het kader van de omzetting van de derde energierichtlijn, goed te keuren op ministerraad van 15 april, wordt de werking van de energiemarkt verbeterd. Voor de wijzigingen aan de indexeringsformules van elektriciteits- en gasleveranciers komt er een ex-ante controle door de CREG, voor prijswijzigingen ten gevolge van de indexeringsformule, die voortaan slechts om de drie maanden kunnen gebeuren, komt er een ex-post controle. Deze maatregelen zouden de volatiliteit van de energieprijzen moeten afremmen.

· Om de stijgende inflatie het hoofd te bieden heeft de federale Regering bij de begroting 2011 beslist om het Prijsobservatorium extra bevoegdheden te geven om de prijsevolutie van bepaalde producten te monitoren. De mededingingsautoriteit kan daarbij onderzoeken vragen aan het Prijsobservatorium en steunen op de analyses van dat observatorium in het kader van haar onderzoeken naar inbreuken op de mededingingswetgeving.

topic De houdbaarheid van de overheidsfinanciën verzekeren

Zie hoofdstuk 6.

topic De financiële stabiliteit versterken

In de context van de financiële crisis die alle financiële centra en de wereldeconomie heeft aangetast heeft de regering zich voorgenomen enerzijds het financiële toezicht te hervormen en anderzijds in juridische instrumenten te voorzien om het globaal risico van de financiële sector terug te dringen. 

Hervorming van het toezicht

De wetgever wilde lessen trekken uit de financiële crisis en de structuur van het financieel toezicht in België in dezelfde richting laten evolueren als de hervormingen in diverse Europese landen.

De wetgever heeft aldus gekozen voor het bipolaire controlemodel, « Twin Peak » genaamd. Sinds 1 april ziet de structuur van het toezicht op de financiële sector er als volgt uit:

· De Nationale Bank van België staat in voor de vrijwaring van de macro- en microeconomische stabiliteit van het financieel systeem. De NBB is dus voortaan belast met het individueel prudentieel toezicht op de financiële actoren. Hij zorgt er aldus voor dat, onder zijn toezicht, de financiële instellingen financieel gezond zijn dankzij eisen onder meer op het vlak van solvabiliteit, liquiditeit en rentabiliteit. De financiële instellingen die onder het prudentieel toezicht van de NBB vallen zullen door hem worden erkend.

· De FSMA (Financial Services and Markets Authority) - voorheen CBFA (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) – blijft haar traditionele opdracht vervullen van bewaakster van de goede werking, de transparantie en de integriteit van de financiële markten en van het onrechtmatig aanbod van financiële producten en diensten. Voorts zal zij ook toezien op de naleving van de gedragsregels voor financiële tussenpersonen teneinde te zorgen voor een eerlijke, billijke en professionele behandeling van de klanten. 

Het Comité voor systeemrisico's en systeemrelevante financiële instellingen die sinds het laatste kwartaal van 2010 belast was met het toezicht op de zogenaamde systeemrelevante instellingen ruimt dus plaats voor een grondige hervorming van de structuur van het financieel toezicht in België. 

Dat model heeft verschillende voordelen, waaronder het voorkomen van belangenconflicten tussen het microprudentieel toezicht en de bescherming van de consument. Meer fundamenteel maakt het mogelijk om het micro- en het macroprudentieel toezicht te verenigen zodat alle relevante informatie voor het bepalen van systeemrisico’s binnen één instelling, de NBB, kan worden samengebracht. Die instelling is trouwens ook de kredietverlener in laatste instantie.

De FSMA – het vroegere CBFA - van haar kant krijgt nieuwe bevoegdheden inzake bescherming van de consument en financiële opleiding.

Versterking van de financiële regulering en het juridisch kader

Naast die grootschalige hervormingen heeft de regering - overeenkomstig de aanbevelingen van het IMF – in een nieuw juridisch kader voorzien waardoor ze kan interveniëren ingeval van een ernstige financiële crisis die de financiële stabiliteit bedreigt. Dit kader zal het de regering voortaan mogelijk maken over te gaan tot handelingen inzake afstand, verkoop of inbreng van financiële instellingen met betrekking tot activa, passiva of meerdere activiteitsdomeinen, of effecten of aandelen uitgegeven door financiële instellingen al dan niet overeenkomstig een stemrecht. Overigens zal de Staat, wanneer hij een beroep wil doen op zijn bevoegdheden op het vlak van afstand van activa of effecten, de rechtbank van eerste aanleg moeten inschakelen die moet nagaan enerzijds of de akte van afstand wettelijk is en anderzijds of de vastgestelde vergoeding billijk is. Bovendien kunnen voortaan sancties worden genomen ingeval van verspreiding van informatie of geruchten die valse of misleidende aanwijzingen over de situatie van een krediet-, verzekerings- of vereffeningsinstelling kunnen geven die de financiële stabiliteit ervan in het gedrang kunnen brengen.

De regering heeft voorts de richtlijn over het beloningsbeleid in de financiële sector omgezet teneinde het door die instellingen genomen risico te verminderen. De nieuwe reglementering voorziet met name in de oprichting van een beloningscomité overeenkomstig de desbetreffende Europese vereisten en in het feit dat de betaling van het variabele loongedeelte het eerste jaar niet meer dan 30 % mag bedragen.


    (1) België is een land waar vele dochterondernemingen van multinationals actief zijn die er vaak zelf hun financieel
     hoofdkwartier voor de rest van Europa hebben. Er zijn dan ook grote financiële kapitaal- en lening-flows tussen
     België en het buitenland. Voor een goed begrip van de economische realiteit is het noodzakelijk om hiermee
     rekening te houden. Zo zijn de intra-company leningen minder belangrijk om de macro-economische stabiliteit van
     een land te beoordelen. De bovenstaande analyse is dan ook gebaseerd op de geconsolideerde reeks statistieken
     van Eurostat. De niet-geconsolideerde reeks is voor meer lidstaten beschikbaar en wordt dan ook vaak gebruikt in
     internationale vergelijkingen. De analyses op basis van niet-geconsolideerde gegevens overschatten het
     macro-economisch risico dat gelieerd is met de brutoschuldgraad van Belgische ondernemingen. Het verschil
     tussen geconsolideerde en niet-geconsolideerde gegevens is in België immers groter dan 100% bbp terwijl het in de
     eurozone gemiddeld 16% is.

    (2) Prijsindex van 2011

Laatste wijziging : 06-07-2011
 

©2006 Belgian Federal Government  | Disclaimer |  Privacy