|
Inleiding
Aangezien er geen regering met volheid van
bevoegdheden is, gaf de regering in lopende zaken er de voorkeur aan het
advies van de Hoge Raad van Financiën in te winnen om het nieuwe
saneringstraject voor de Belgische overheidsfinanciën voor te bereiden.
Die Raad heeft op 16 maart 2011 zijn advies aan de federale regering
overhandigd.
Gelet op de lopende zaken is het nieuwe traject
dat de Belgische overheid in dit stabiliteitsprogramma voorstelt,
gebaseerd op de aanbevelingen die de Hoge Raad van Financiën – een
orgaan waarin ook de gefedereerde entiteiten zijn vertegenwoordigd – in
zijn jongste advies heeft geformuleerd.
Er is sindsdien weliswaar nieuwe informatie
beschikbaar, meer bepaald de verwezenlijkingen van de overheidsfinanciën
2010. Wij kunnen het voorgestelde traject dus als voorzichtig
beschouwen. Het kan door de volgende volwaardige regering worden
geactualiseerd.
Traject op middellange termijn van de Belgische overheidsfinanciën in lijn
met de aanbevelingen van Europa
In het stabiliteitsprogramma van januari 2010 was
voorzien dat België in 2012 zou voldoen aan de voorwaarden die toelaten
om een einde te maken aan de procedure van buitensporige tekorten. De
Belgische overheid had er zich voorts toe verbonden de
overheidsfinanciën in 2015 opnieuw in evenwicht te brengen.
Intussen zijn de macro-economische vooruitzichten
op korte termijn aanzienlijk verbeterd waardoor, zoals eerder
aangegeven, het tekort in 2010 gevoelig is teruggelopen.
In die context heeft de Belgische overheid
beslist het oorspronkelijke begrotingstraject bij te sturen om de afbouw
van het overheidstekort te versnellen.
Dit nieuwe traject van sanering van de Belgische
overheidsfinanciën op korte en middellange termijn blijft verankerd rond
twee essentiële streefdata:
· in 2012 ambieert België geen voorwerp meer
te zijn van een procedure bij buitensporige tekorten door zich een
saldo van -2,8 % van het bbp als doel te stellen in plaats van -3,0
% zoals in het stabiliteitsprogramma van januari 2010;
· in 2015 wil de Belgische overheid nu een
overschot van 0,2 % (structureel evenwicht) boeken teneinde nauwer
aan te sluiten bij de doelstellingen op middellange termijn (MTO).
|
TABEL 15
Genormeerd
vorderingensaldo voor de gezamenlijke overheid |
|
Als % bbp |
2009 |
2010 |
2011 |
2012 |
2013 |
2014 |
|
Stabiliteitsprogramma 2009-2012
(januari 2010) |
-6,0 |
-4,8 |
-4,1 |
-3,0 |
-2,0 |
-1,0 |
|
Stabiliteitsprogramma 2011-2014
(april 2011) |
-5,9 |
-4,1 |
-3,6 |
-2,8 |
-1,8 |
-0,8 |
|
Verschil |
0,1 |
0,7 |
0,5 |
0,2 |
0,2 |
0,2 |
De nieuwe doelstellingen van de Belgische
overheid voorzien aldus in een verbetering van het primair saldo van de
overheidsdiensten met +1,0 % van het bbp in 2012, +0,9 % van het bbp in
2013, +1,0 % in 2014, of een gecumuleerde verbetering van 2,9 % over de
periode 2012- 2014 (zie tabel 28).
Gelet op de lopende zaken en de oprichting van
het monitoringcomité heeft de federale regering beslist dat dit comité
de evolutie van de ontvangsten en de uitgaven van Entiteit I op de voet
volgt. Wat de gefedereerde entiteiten betreft worden op regelmatige
tijdstippen begrotingscontroles uitgevoerd om zich ervan te vergewissen
dat de respectieve begrotingsdoelstellingen daadwerkelijk worden
gehaald.
De Belgische overheid verbindt zich ertoe de
afbouw van het tekort te versnellen bij een gunstiger ontwikkeling van
de macro-economische omgeving. Voorts zal de regering, indien zij vóór
2015 kan rekenen op vervroegde terugbetalingen van participaties in de
financiële sector en op eventuele meerwaarden, die bedragen integraal te
besteden aan de versnelde afbouw van de schuld.
De regering is van oordeel dat dit traject
beantwoordt aan de aanbevelingen van de Europese Raad aangezien het
ervoor zorgt dat de Belgische overheidsfinanciën uiterlijk in 2012
opnieuw in lijn zullen zijn met het Stabiliteits- en groeipact en
aangezien de inspanningen evenwichtig verdeeld zijn over de gehele
periode.
|