|
De evolutie van de schuld
De vermindering van de schuldgraad tegen een
voldoende hoog tempo blijft een cruciaal element in de strategie van de
overheid om het hoofd te bieden aan de budgettaire gevolgen van de
vergrijzing.
Zelfs rekening houdend met de consolidatie van het
Fonds voor Spoorweginfrastructuur is de schuldgraad in 2007 gedaald tot
84,9%. De uitgetekende begrotingsstrategie impliceert dat de komende
jaren het primair overschot met ongeveer 0,2 procentpunt per jaar zal
toenemen van 3,7% in 2008 tot 4,3% in 2011. Door de positieve
schulddynamiek die hierdoor ontstaat daalt de schuldgraad tot 71,1% in
2011. Er werd in deze raming geen rekening gehouden met eventuele
opbrengsten uit privatiseringen of andere verrichtingen die de
schuldgraad doen dalen. De impact van de zogenaamde exogene factoren
werkt per hypothese lichtjes schuldverhogend.
Onder de gehanteerde groei- en interesthypothesen
varieert in de periode 2008-2011 het noodzakelijke primair overschot om
de schuldgraad te stabiliseren van nul tot maximaal 0,5% van het BBP.
Het verschil met het huidige en beoogde primair saldo onderstreept de
robuustheid van het geschetste scenario inzake schuldafbouw.
|
TABEL
5
Schuldevolutie van de gezamenlijke overheid |
| In %
BBP |
2006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
2011 |
|
1. Bruto schuld |
88,2 |
84,9 |
81,5 |
78,1 |
74,7 |
71,1 |
|
2. Evolutie van de schuldgraad |
-3,9 |
-3,3 |
-3,4 |
-3,3 |
-3,5 |
-3,6 |
|
Bepalende
factoren voor de evolutie van de brutoschuldgraad |
|
3. Primair
saldo |
4,3 |
3,7 |
3,7 |
3,8 |
4,1 |
4,3 |
|
4. Interestbetalingen |
4,0 |
3,8 |
3,7 |
3,5 |
3,4 |
3,3 |
|
5. Exogene factoren die de schuldgraad beïnvloeden |
0,7 |
0,2 |
0,3 |
0,2 |
0,2 |
0,2 |
|
p.m. impliciet interestniveau |
4,5 |
4,5 |
4,5 |
4,5 |
4,5 |
4,6 |
|